| < 1935
|
|
Tot 1935 was er nooit echt sprake van een brandweerkorps, er werd enkel gesproken van een brandmeester. Deze moest de leiding nemen en mensen aanduiden om de brand te blussen. Dit leverde dikwijls een enorme chaos op. Er waren weinig of geen blusmiddelen voor handen, buiten vooral emmers en enkele ladders.
Tot in 1854, toen werd er bij de firma "Beduwe" een brandspuit gekocht. Met deze pomp werd ons dorp gedurende bijna 90 jaar beschermd tegen branden.
|
1935-1977 (DIENSTCHEF RAPPOORT ALFONS)
|
|
In maart 1935 werd elke gemeente verplicht een brandweer op te starten, ofwel alleen, ofwel in samenwerking met andere gemeenten. Putte koos ervoor alleen een brandweer op te starten. Ook moesten er voldoende brandbestrijdingsmiddelen aangeschaft worden.
Op 8 juli 1935 werd Alfons Rappoort, als toen 17-jarige jongen aangesteld als eerste onderluitenant van de brandweer van Putte. De brandweermannen werden aangeworven onder de inwoners. De oproepen gebeurden via een stormklok, deze bestond al vele jaren in Putte.
Nog steeds werd er gebruik gemaakt van de brandspuitpomp met 25 meter persslang, die ondertussen bijna 85 jaar dienst deed.
In 1937 werd er met Heist op den Berg een overeenkomst afgesloten om hulp te verlenen in geval van nood in Putte. Verschillende pompiers werden ook verplicht om een cursus luchtbescherming te volgen (Dit was wel heel beperkt).
Op 21 september 1935 werd er door de gemeenteraad beslist om een draagbare brandspuitmotorpomp aan te kopen, voorzien van 200 meter persslang. Aan pompier Moris Frans werd gevraagd een aanhangwagen te maken om deze pomp te vervoeren. Onder de bevolking werd door de pompiers een omhaling gedaan om uitrusting te kunnen kopen.
Begin april 1940 kwam de bestelde pomp in Putte aan. De aanhangwagen was intussen gemaakt, en andere blusmiddelen aangeschaft en geleverd.
|
Begin tweede wereldoorlog.
|
|
Vrijdag 10 mei 1940 begon de aanval. Ons dorp werd zwaar getroffen door beschietingen. Op woensdag 15 mei 1940 in de namiddag werd er aan de bevolking gevraagd het dorp te ontruimen, omdat er een hevige aanval verwacht werd. Deze kwam er ook.
Daken werden afgerukt en huizen vernield. Ook het oude gemeentehuis, waar de brandweer gehuisvest was, lag volledig plat. Gelukkig hadden korporaal Peeters en sergeant Verhoeven op dinsdagavond 14 mei de gloednieuwe brandweerspuit met aanhangwagen verhuist naar de Waverlei.
Op 19 mei werd er beslist de brandweerdienst onder te brengen in de gebouwen van brouwerij "De Wildeman".
Op 23 december 1940 kreeg commandant Rappoort bericht dat er vanaf dan de verduistering strikt moest nageleefd worden. De brandweer en enkele vrijwilligers werden aangesteld om de passieve luchtbescherming te verzorgen. Er werd gekozen voor 4 ploegen met elk 8 manschappen. Er werd steeds 8 uur dienst gelopen per ploeg om te zien op al hetgeen verboden licht verspreidde.
Met de winter voor de deur werd de brandspuit ondergebracht bij garage Verschoren. Door alle ellende werd er vegeten het water van de pomp te laten, met als gevolg een klein barstje in de mantel door de hevige vrieskou. Dit was reeds snel hersteld, zodat het geen ramp was.
In september 1943 werd het vroegere huis van notaris Mertens als gemeentehuis in dienst genomen. In het koetshuis ernaast werden de brandweermaterialen bewaard.
Op 19 arpil 1944 werd Mechelen zwaar gebombardeerd. Vele korpsen uit de omliggende gemeenten gingen hulp bieden, voor het bestrijden van de brandhaarden. Ook de brandweer van Putte ging helpen. Zij kregen de Lange Schipstraat toegewezen.
Op 2 mei 1944 werd korpsdokter Jules Cornil vermoord teruggevonden te Peulis. Op 01/01/1945 werd hij vervangen door Roger Druetz.
|
Periode na de oorlog.
|
|
In 1947 werden er nog 5 brandweermannen benoemd en in 1948 werden de eerste naoorlogse kosten gedaan. Dit om voor de brandweer veilige kledij aan te schaffen.
In 1951 werden de stormklokken vervangen door een sirene van de civile bescherming. Deze sirene werd in 1952 vervangen door een sirene met een veel grotere draagwijdte.
In 1955 werden er enkele half hoge gummilaarzen aangkocht. Er werden ook een paar electrische lichten gevraagd en een aanpassing van de uurlonen.
Op 22 september 1957 brak er een hevige brand uit in cinema "De Toekomst". De brandweer van Putte was snel ter plaatse. De slangen werden in de waterput van het Heilig Hart Rustoord geworpen en de pompen werden klaargemaakt.
Politiecommissaris De Keersmaecker had intussen het zekere voor het onzekere genomen en de hulp ingeroepen van de brandweer van Heist op den Berg en Mechelen.
In 1961 werd door het toenmalige gemeentebestuur de eerste brandweerwagen gekocht. Deze voldeed echter niet aan de verwachtingen en de normen, zodat er nog steeds moest geblust worden met de draagbare pomp uit 1940.
In 1962 werd er een Mercedes brandweerwagen gekocht. Deze voldeed aan de verwachtingen mits enkele herstellingen. Datzelfde jaar werd er eveneens een legerjeep Autstin met aanhangwagen gekocht.
De evolutie en uitbreiding kwam sneller en sneller. In 1963 werd de dienst 900 in Mechelen in gebruik genomen. Deze dienst ging nauw samenwerken met de brandweer. Al vlug werd de brandweer niet alleen voor brand opgeroepen, maar ook voor allerlei kleine nood- en ongevallen.
Ter ere van het 700 jarig bestaan van ons dorp en de 107-jarige Sophie Leys, werd er in 1966 een stoet ingericht. De brandweermannen wilden de brandweerpomp uit 1854 nog eens bovenhalen, maar tot grote verbazing was deze verdwenen. Hoewel die in 1958 nog gebruikt werd, eveneens voor een stoet.
In 1967 werd het brandweerkorps van Putte als C korps ingedeeld. Door de modernisering en de welstand van de bevolking, werd er een waterleidingsnet voorzien, met brandkranen erop. Dat jaar werd er ook beslist om een nieuwe draagbare pomp aan te kopen.
Ook de eerste nadelige gevolgen van de welstand begonnen zich te tonen. Op een paar jaar tijd was de afvalberg een probleem geworden en er werd besloten het huisvuil te storten in de kleiput achter de huidige feesthallen. Vrij regelmatig stond het huisvuil in brand. Door de veelvuldige aanwezigheid op het stort kregen de pompiers als vlug de naam van de "stortblussers". Was dit de reden dat 8 mannen ontslag namen?
Doordat het korps tot de helft was teruggevallen, werd er in 1971 een oproep gedaan. Dit kende een enorm succes, want er kwamen niet minder dan 11 mannen zich aanbieden.
In 1976 werd ons dorp geteisterd door twee stormen. Omdat de brandweer niet over het gepaste materiaal beschikte, kon er niet veel gedaan worden.
Door de fusie met Beerzel en Peulis in 1977 kreeg het dorp een oppervlakte van 3495 ha. De taak van de brandweer werd er niet makkelijker op. Op 23 mei van dat jaar werd er beslist een nieuwe brandweerwagen te kopen. Op 14 juli van dat jaar overleed korpsdokter Druetz.
Op 28 juli 1977 ontving het gemeentebestuur een brief van officier-dienstchef luitenant Alfons Rappoort, waarin hij zijn ontslag indiende wegens het bereiken van de gestelde ouderdomsgrens. Op 25 augustus werd dit eervol ontslag door de gemeenteraad toegestaan en goedgekeurd door de gouverneur op 19 september.
Dit was het einde van een 42 jaar en 3 maanden durende inzet voor de bevolking van Putte, waarin er een hele evolutie gebeurde.
Op 24 mei 1995 overleed in Duffel de oprustgestelde brandweercommandant. Hij was de eerste offieciële commandant van het korps.
|
01/10/1977 - 20/05/1982 (DIENSTCHEF VERVLOET GASTON)
|
|
Op 1 oktober 1977 werd sergeant Vervloet aangesteld als nieuwe dienstdoende chef bij de vrijwillige brandweer van Putte.
In april 1978 werd de nieuwe brandweerkazerne in dienst genomen. Die was en is nog altijd (nog voor één jaar) gelegen op de Lierbaan 123. Het was een leegstaand winkelpand van de vorige luitenant Rappoort Alfons. Op 20 december van dat jaar werd Jos de Bie benoemd als korpsdokter.
Vanaf 26 september 1980 werd het korps voorzien van een materiaalwagen. Deze was uitgerust met hydraulisch en pneumatisch materiaal, motorzagen en stroomgenerator, ...
Tot 20 mei 1982 bleef Gaston Vervloesem dienstchef.
|
21/05/1982 - 11/04/1985 (DIENSTCHEF AUGUSTIJNEN DANIEL)
|
|
Op 21 mei 1982 werd Daniel Augustijnen de nieuwe dienstchef van het korps.
Na een inspectie op 2 juli 1982 werden er enkele eisen gesteld. In de kazerne moesten er nog allerlei kleine tekortkomingen weggewerkt worden. Voor de perstluchttoestellen "Mandet" was er geen genade. Deze moesten zo vlug mogelijk vervangen worden.
Ook werd er aangedrongen om een individueel oproepingssysteem in gebruik te nemen en de manschappen allerlei cursussen in hulpverlening te laten volgen.
In 1984 werd het korps uitgerust met een radiozender en elf zakontvangers. De modernisering van de plaatselijke brandweer kwam in een stroomversnelling terecht.
Op 11 april 1985 nam onderluitenant dienstchef Daniel Augustijnen ontslag. Hij was van mening dat zijn functie als dienstchef slecht of moeilijk te combineren was met zijn beroep als drukker.
|
30/05/1985 - 01/05/1989 (DIENSTCHEF VERVLOET GASTON)
|
| Op 30 mei 1985 nam Gaston Vervloet de functie als dienstchef voor de tweede maal op zich. Intussen had onze gemeente het aantal zakontvangers als uitgebreid tot 17 stuks.
Op 14 mei 1985 werd Gaston Vervloet 60 jaar. Na niet minder dan 42 jaren dienst werd er eervol afscheid genomen van Gaston. Hij maakte de groei van onze brandweer praktisch volledig mee en hij lag mede aan de basis van de eerste motorisatie van het korps.
|
1989-1998 (DIENSTCHEF VOLKAERTS DOMINIQUE)
|
|
Op 1 mei 1989 werd brandweerman Volkaerts Dominique, Dienstchef van het Putse brandweerkorps. Hij bleef dienstchef tot 19 november 1998. Tijdens die periode werd het wagenpark strek uitgebreid. Door de opmars van de informatica, werd ook de brandweer uitgerust met computers.
|
1998-2001 (DIENSTCHEF CORNELIS JOS)
|
|
Na het ontslag van Dominique Volkaerts werd adjudant Cornelis Jos vervangd dienstchef tot 1 april 2001.
|
2001-.... (DIENSTCHEF JACOBS TIM)
|
|
Op 1 april 2001 werd onze huidige Luitenant dienstchef Tim Jacobs aangesteld. Sinds toen werd het korps ondermeer voorzien van een tankwagen, nieuwe interventiekledij, nieuwe autopomp en het belangrijkste sinds verschillende jaren: ONZE NIEUWE KAZERNE.
|